Miniserie droogte deel 4: ruwvoertekort

//Miniserie droogte deel 4: ruwvoertekort

Miniserie droogte deel 4: ruwvoertekort

Eindelijk valt er weer regen in Nederland. Helaas hebben veel agrariërs na tweeënhalve maand droogte een (groot) tekort aan ruwvoer. Wij interviewen in deel 4 van de miniserie over droogte Gerjan Hilhorst van melkveeproefbedrijf De Marke in Hengelo (in samenwerking met Wageningen University & Research). Hoe gaan zij om met de droogte?

Fijn dat het weer regent of niet?
Ja, daar hebben we weken naar uitgekeken. Deze regen kan het effect van de droogte echter niet opheffen, we zullen op De Marke veel minder voer oogsten dan voorgaande jaren. Dankzij de voorraad die we hebben van eerdere jaren is er nog geen sprake van een tekort. Desondanks moeten we zorgvuldiger omgaan met onze voorraad en bepalen hoe we ons ruwvoer zo goed mogelijk kunnen benutten.

Hoe doen jullie dat?
We kijken welke hoeveelheid en kwaliteit voer we hebben en wat we nog verwachten te oogsten. Vervolgens kijken we welk voer het beste past bij de diergroep waar we de hoogste benutting verwachten. In een jaar als deze is dat extra belangrijk. We gaan daarom het voer dat we nog gaan oogsten afhankelijk van de kwaliteit zoveel mogelijk apart inkuilen.

De Marke heeft ook al mais geoogst of niet?
Klopt, we hebben inmiddels de kolfloze mais van de niet beregende percelen geoogst. We wilden het oogsten voordat het blad helemaal dood is. In het groene blad zit nog wat suiker waardoor de smaak en de conservering beter is. Door nu al te oogsten, komt er land beschikbaar waarop we gras kunnen zaaien. Dat kunnen we in het najaar oogsten. Als het blijft regenen, kan dat nog gras van goede kwaliteit worden.

Voor wie is de kolfloze mais geschikt?
De kolfloze mais hebben we apart ingekuild. Daar komt een gedeelte van het gras dat we in het najaar verwachten bovenop en is dan een geschikte mengkuil om te voeren aan ons jongvee en droge koeien. Voor de melkkoeien hadden we een voorjaarsgraskuil met een goede kwaliteit en nog een zomerkuil van vorig jaar. We hopen bij voldoende regen nog najaarsgras te oogsten wat ook geschikt is voor de melkkoeien. De goede, door ons drie keer beregende mais is bestemd voor de melkkoeien. Ondanks de beregening is de verwachte opbrengst lager dan voorgaande jaren maar omdat de kolf- en stengel verhouding wel goed is zal de kwaliteit niet slecht worden.

Welke aandacht krijgt het graszaaien op De Marke?
Omdat we het Italiaans raaigras dat we na de maïsoogst nog zaaien schoon willen oogsten, schenken we extra aandacht aan de vlakligging van het zaaibed. Dit is belangrijker dan wanneer er gras of rogge wordt gezaaid voor alleen groenbemester en vanggewas. We gaan het gras dichter zaaien (40 kg/ha in plaats van 20 kg/ha).

Redden jullie het met de huidige voorraad en de oogsten die nog zullen komen?
In voorgaande jaren hadden we de ruimte om maïskolvensilage te oogsten en daarmee krachtvoer te vervangen. Dat kunnen we dit jaar niet. Dat betekent dat we meer krachtvoer nodig hebben. Door bovenstaande maatregelen en de voorraad die we hebben, kunnen wij wel een tijd vooruit. Hoe dan ook blijft het spannend: hoeveel gras kunnen we dit jaar nog oogsten en hoe gaat de graszode zich herstellen? Als er veel herinzaai nodig is, kost ons dat dit najaar en ook volgend jaar grasopbrengst.

Bovenstaande maatregelen kunnen hopelijk ook andere boeren helpen, die wel te maken hebben met een tekort aan ruwvoer. Het belangrijkste is dat de boer een ruwvoerbalans opmaakt en tijdig een plan maakt hoe hier mee om te gaan. Voedingsdeskundigen kunnen daar eventueel bij adviseren.

2018-08-13T14:46:33+00:0013 augustus, 2018|Uit de praktijk|Reacties uitgeschakeld voor Miniserie droogte deel 4: ruwvoertekort

About the Author: